Leren van ervaringen in de gassector

Hoe kan geleerd worden van ervaringen met een veranderde omgeving, zodat waar nieuwe processen nodig zijn, de organisatie niet in oude routines blijft steken?

Hoofdlijn G-A-S


Met het thema Gasvoorziening: Acceptatie in de Samenleving, kortweg G-A-S, wordt geprobeerd de communicatie tussen de burger en elke instantie die bij gas is betrokken, te verbeteren. Er bestaan onder de mensen vaak vragen en twijfels, die door middel van gedegen informatieverstrekking kan worden voorkomen. Middels G-A-S wil TKI Gas de afstand tussen alle betrokkenen verkleinen.

Gas als brandstof is in Nederland lange tijd onomstreden geweest, maar door een aantal recente ontwikkelingen is de waardering van gas als energiedrager, en daarmee de ‘license to operate’ van de gassector, sterk aan het veranderen. Een dergelijke veranderende omgeving vergt aanpassingsvermogen in de sector. Zeker bij organisaties die gewend zijn in een relatief stabiele maatschappelijke omgeving te functioneren, zoals dat in de Nederlandse gassector lang de situatie was, is het daarom belangrijk om het leervermogen van de sector bij het omgaan met een snel veranderende omgeving te versterken.

Er is binnen de gassector veel ervaring met het toepassen van sociaalwetenschappelijke kennis, met name gericht op consolidatie en beheersing van interne processen. Stakeholderprocessen spelen zich echter af in een externe omgeving, waar flexibiliteit, bereidheid om mee te bewegen en compromissen te vinden beslissende succesfactoren zijn. Het is mogelijk dat dit verschil in organisatiecultuur het leren van veranderingen in de omgeving in de weg staat.

Project

In het project zal de wijze onderzoeken waarop binnen de gassector en de bedrijven daarbinnen wordt geleerd van ervaringen met werkwijzen en methoden van verwerven van draagvlak en ‘stakeholder involvement’. Hierbij gaat het er dus niet zozeer om te achterhalen van wat werkt en wat niet, maar vooral hoe die lessen worden geanalyseerd en vertaald in herzieningen van werkprocessen.

Vier grote bedrijven uit de Nederlandse gassector (NAM, Shell, GDF Suez en GasTerra) hebben zich bereid verklaard om, uit hun eigen ervaring met projecten waarbij publiek draagvlak en interactie met de omgeving belangrijk is geweest, een aantal specifieke cases in te brengen. Deze cases worden door de onderzoeksorganisaties ECN en Rotterdam School of Management (RSM) geanalyseerd. De volgende vragen worden daarbij gesteld: hoe vindt de interactie met stakeholders in de praktijk plaats, en hoe worden ervaringen geevalueerd en lessen geimplementeerd in nieuwe processen?

De resultaten van deze analyses worden op een aantal manieren verspreid. Ten eerste ontvangen de deelnemende partijen directe bilaterale feedback op hun casuistiek. Ten tweede wordt aan het einde van het project een workshop georganiseerd waarin de partners niet alleen van hun eigen cases maar ook van die van de andere partners kunnen leren. Tot slot wordt het project afgesloten met een netwerk-workshop die erop gericht is om het lerend vermogen van de gassector als geheel te vergroten.

Resultaten

Door de resultaten en ‘lessons learnt’ van dit project in zo breed mogelijk verband te verspreiden, wordt een bijdrage geleverd aan het vergroten van het lerend vermogen van organisaties in de gas- en energiesector. Dit leidt tot een meer open dialoog tussen de verschillende stakeholders bij toekomstige energieprojecten, en uiteindelijk tot een breder maatschappelijk draagvlak voor gas als energiedrager en een breed gedragen ‘license to operate’ van de gassector.